Gisteren had ik een kleine aanvaring met iemand die werkt in een wetenschappelijke wereld en helemaal vaart op dat wat ‘wetenschap’ heet.

Zelf ben ik opgeleid in Leiden, in de wetenschappelijke wereld van geneeskunde. Als jonge student keek ik enorm op tegen alle hoogleraren. De een was prat op z’n eigen kennis, de ander helemaal niet, maar beide ‘soorten’ maakten indruk op mij als overrompeld (met al die informatie) kneedbaar mannetje. Naarmate ik ouder werd waren het vooral de hoogleraren zonder pretenties, maar met een enorme kennis, die indruk maakten.

Als iemand zoveel leest en zoveel weet over een onderwerp, dan moet dat wel de waarheid zijn, zo dacht ik destijds. Bovendien, keer op keer werd me verteld dat deze universiteit tot de beste van de wereld behoorde, en dat alle kennis uit oost en west kwam en het beste eruit werd gefilterd. Ik zat dus op de best mogelijke plek.

Haarscheurtjes in dat idee kwamen al toen ik te maken kreeg met hoogleraren die het kennelijk ontbrak aan menselijk inlevingsvermogen, waar patiënten als objecten werden gepresenteerd zonder te beseffen dat zo iemand onbeschoft behandeld werd. Of een ‘chef de clinique’ die iemand verrot schold omdat ie niet aan zijn beeld van de ideale ouder voldeed. Waren deze mensen wel zo alwetend en perfect?

En zodra ik buiten het academisch circuit kwam werden de haarscheurtjes groter. Hier waren ook artsen die veel kennis hadden, en soms heel wat logischer meningen hadden dan die academici (dat is iedereen met een academische opleiding) in het academisch ziekenhuis.

Natuurlijk heb ik veel geleerd waar ik dankbaar voor ben, ook of juist van een aantal van die hoogleraren. En ik heb ook veel geleerd van de dingen die ik ‘fout’ vond aan die mensen. Een leerschool was het dus zeker. Maar het voetstuk waarop ik al die mensen zette, brokkelde wel af.

Toen ik afstudeerde, had ik het gevoel onderdeel te zijn van een groep mensen die heel veel wisten en heel veel konden op het gebied van gezondheid. Ik was immers opgeleid in een van de beste opleidingen ter wereld.

Iets wat een grote scheur veroorzaakte was iets ogenschijnlijk onbenulligs. Een van mijn collega huisartsen was naar een congres over aids geweest. En een van de belangrijkste conclusies was: ‘als we weten waarom de een wel ziek wordt en de ander niet door het virus, hebben we de oplossing’.
En ik dacht: “maar dat weten ze bij de gewone griep en verkoudheid nog niet eens, en die zijn er al honderden jaren”………en ik zag ‘geneeskunde’ ineens in een ander licht.

Dit was wellicht de eerste keer dat ik een echt ‘bla, bla, bla’ gevoel kreeg bij wetenschap (in dit geval die van de geneeskunde).

Naarmate ik de jaren erna met steeds meer verschillende soorten wetenschappers te maken kreeg, werd dat gevoel sterker en sterker. Ze hebben een enorme kennis, maar het is vaak beperkt tot een eng klein deel van de wereld, een klein deel vaak van zelfs hun eigen vakgebied. En hoewel er zeker wetenschappers zijn die over hun eigen vakgebied heen kijken en wetenschappers die een open mind hebben, zoals elke wetenschapper dat zou moeten hebben, zijn veel wetenschappers ingekapseld in hun eigen kennis. En waar het mens-eigen is dat we bevestiging zoeken voor onze eigen overtuigingen, doen wetenschappers dat ook. Ze worden dus steeds bevestigd in de mening die ze toch al hadden. 

Zo zien we dat alle wetenschappers die het nu heerlijk vinden (ook mens-eigen) door de media naar hun mening te worden gevraagd, die graag geven. Opvallend is wel dat wetenschappers met hetzelfde kennisgebied soms volledig tegengestelde visies hebben en dat alles gebaseerd op allerlei onderzoek en grafieken, statistieken.

Dat is ook deel van die wetenschap. Het maakt verschil welke onderzoeken je wel of niet opneemt in je conclusie en het maakt verschil hoe een grafiek of statistiek is opgesteld. En de keuze wordt helaas vaak onbewust mede gemaakt door de al bestaande overtuigingen.

Als de ene dag 1 persoon overlijdt en de dag erna 3, dan zegt dat niet zoveel omdat zo’n grafiek over langere tijd zou moeten gaan om echt iets te zeggen, maar als je toch een grafiek maakt, zie je dat er nu een 200% stijging in sterfte is. Alle reden voor grote paniek. Maar als er de dag ervoor 10 mensen overleden waren en de dag erna 15, slaan die 1 en 3 doden nergens op en de grafiek dus ook niet. Het is een ietwat overdreven voorbeeld om te laten zien hoe je kunt goochelen met cijfers en getallen om een uitslag te krijgen die je wilt.

Als je een langzaam stijgende grafiek horizontaal in elkaar schuift, wordt de stijging sneller….lijkt gelijk een stuk enger of erger.

Ooit zei iemand tegen me ‘wetenschap is weten op het schap’.

Wetenschap gaat over kennis, verzamelde informatie, die wordt geselecteerd op basis van interesse, ‘belangrijkheid’, eigen overtuigingen, etc.
Maar ‘weten’ is iets anders, dat is een diepe interne overtuiging. Daarbij speelt een ongrijpbare factor een rol, informatie die we via kanalen krijgen die we niet helemaal kunnen (be)vatten, universele kennis. Dat ‘weten’ is vaak veel waardevoller dan al die kennis. En toch wordt in onze kennismaatschappij dat weten steeds verder verlaten en teruggedrongen.

Daarom word ik langzamerhand een beetje allergisch voor het woord ‘wetenschap’. Door al de ego’s in die wereld en het grote aantal mensen zonder open mind is een groot deel van de wetenschap er vooral voor zichzelf. Of voor daar waar het geld zit. Want zonder geld kan het niet bestaan en met wetenschap als ‘etiket’ kun je ook weer geld maken.
Bovendien heeft de moderne wetenschap van de laatste 100 jaar een groot deel van de ‘oude wetenschap’ achterhaald, maar heeft die nog steeds wel de macht. Veel meningen en conclusies zijn gebaseerd op die oude wetenschap zonder de nieuwe wetenschap erbij te betrekken. Ook dat zien we nu bij alle corona-adviezen. Het gaat om de materie en niet om wat wij zelf kunnen doen. 

En alle pillen die in de medische wereld worden gelanceerd en tegenwoordig de stroom aan nieuwe vaccins, ze worden allemaal onder het mom van wetenschap gelanceerd. En dan is het dus goed? Helaas denken veel te veel mensen dat nog steeds.
Als ik iemand vraag welke ziekte of aandoening er door de wetenschappelijke geneeskunde écht wordt genezen, word ik aangekeken of ze water zien branden.

Waar heb ik het over? Bijna alles wordt toch genezen?

En dat is wat ik bedoel. Als het ‘wetenschappelijk’ is, is het per definitie goed. En twijfelen veel mensen geen seconde of het is oké. Maar er wordt vrijwel niets écht genezen. Symptomen worden weggepoetst en het lijkt alsof we geen klacht meer hebben, maar in ons lichaam, in de diepte, wordt niets genezen en moet dat wat fout is een andere manier zoeken om te laten merken dat er iets fout is. Dus een nieuwe aandoening, waarvoor weer nieuwe pillen……en gaandeweg krijgen we steeds meer pillen……en meer chronische aandoeningen……..

Nee, gezond verstand, mens zijn en een open mind, zijn voor mij heel wat waardevoller dan ‘wetenschap’. ‘Wetenschap’ is een beetje holle frase, omdat er zoveel richtingen zijn en zoveel vertakkingen, die soms lijnrecht tegenover elkaar staan en tegelijkertijd elkaar niet zien staan. Er is zoveel kennis, maar het wordt zo raar gebruikt. Kennis is belangrijk, maar het wordt door velen behoorlijk overgewaardeerd. En de term 'wetenschap' wordt te pas en te onpas gebruikt om onzin en producten aan de man te brengen. 

Maar leve alle wetenschappers die vooral veel gezond verstand en een open mind hebben! Die verder kijken dan hun eigen vakgebied, die holistisch durven te kijken. Die durven te twijfelen aan zichzelf en aan alle bestaande wetenschappelijke ‘wetten’.

Dat zijn de wetenschappers waar we het van moeten hebben.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn