De wondere wereld van de beïnvloeding

Met verbazing hoor ik tegenwoordig pas afgestudeerde artsen aan die iets beweren wat ze hebben geleerd tijdens hun opleiding.
Ze zitten zo vol overtuiging dat wat ze zeggen waar is…..

Veel wat ik leerde (anatomie, fysiologie) klopte, maar ook heel veel heeft de toets der kritiek niet doorstaan.

Ik weet niet waarom, maar vanaf het begin dat ik de praktijk in ging heb ik altijd gekeken of wat ik in de praktijk ervoer klopte met wat ik had geleerd. En in de loop der jaren werd de lijst van dingen die niet klopte al groter.  Maar vaak als ik het opperde tegen collega’s hadden ze daar nog nooit over nagedacht, ze leken verstoord door mijn opmerking en gingen in de verdediging. Alsof ik hen iets kwalijk nam.

Dat is het rare, als je kritiek hebt op een medische handeling of benadering, gaat de ander in de verdediging alsof je de hele geneeskunde aanvalt.

Of is het toch niet zo raar? Is de geneeskunde in feite niet een soort van sekte met een eigen waarheid binnen een veel grotere wereld die inmiddels op vele fronten een heel andere waarheid heeft omarmd? En is de manier waarop wordt vastgehouden aan zaken die allang zijn achterhaald niet bijna zielig?
Waarom duurt het gemiddeld 40 jaar voor iets wat is bewezen (en belangrijk is!), doordringt in de praktijk van de geneeskunde? 

Waarschijnlijk komt het door alle invloeden. Met name die van de grootverdieners. Zoals de farmaceutische industrie, die op alle mogelijke manieren artsen en protocollen beïnvloedt – en zoals we tijdens de corona-crisis hebben gezien ook regeringen – om dat te doen wat voor hen goed uitkomt en nog meer winst oplevert.

Zo is er vele jaren een protocol gebruikt in heel Europa voor cardiologische patiënten, wat pas werd gewijzigd toen er ook al vele jaren extra doden vielen door dat protocol. Er werd dus door artsen – die vertrouwden op dat protocol wat collega’s hadden vastgesteld, en wat zo goed zou zijn dat iedereen zich daaraan moest houden – keurig gedaan wat zou moeten, maar het kostte veel meer mensen het leven dan nodig was geweest.

Maar we zien het ook buiten de medische wereld. Tientallen jaren is ons wijs gemaakt, via reclames met name – en via artsen die ‘geloofden’ in die ‘waarheid’ – dat vet slecht was. Vooral meervoudig verzadigde vetzuren. Tot op de dag van vandaag staat er op veel verpakkingen “maar…% vet”, zodat wij denken dat het goed zal zijn.

Het gevolg was dat we steeds meer vet gingen vervangen voor koolhydraten. En dat bleek nu juist een heel slechte keus, verantwoordelijk voor een groot deel van de chronische ziekten van vandaag de dag.
En in plaats van dierlijke vetten moesten we plantaardige vetten (olie) gaan gebruiken.

De industrie die plantaardige olie ging raffineren groeide tot ongekende omvang. Dusdanig, dat ook het aantal soorten toenam. Was eerst zonnebloemolie het meest verkocht, gaandeweg kwamen er ook oliën bij als raapzaadolie en palmolie. Niet omdat ze beter waren, maar omdat ze goedkoper waren. Het milieu was weer eens de dupe door o.a. de allesverwoestende palmolieplantages.

Het viel ook allemaal een beetje samen met de hele cholesterolhype. Immers, die vetten in het lichaam waren slecht en veroorzaakten hart- en vaatziekten, en de cholesterolremmers ('statines') zouden dat wel oplossen. Daarbij werd voorbijgegaan aan het feit dat cholesterol heel belangrijk is voor het afweersysteem, voor onze hormonen, voor de celwanden, voor de bescherming van de zenuwvezels (denk aan degeneratieve neurologische ziekten) en het feit dat onze hersenen grotendeels bestaan uit meervoudig verzadigde vetzuren (Zou de toename van Alzheimer hier mee te maken kunnen hebben? ). Bovendien bleef het wonder van al die statines uit: er gaan nog net zoveel mensen dood aan al die ziekten ondanks de vele miljarden die de industrie eraan verdient en verdiend heeft.
 
Zo zagen we dat bijvoorbeeld linolzuur (aanvankelijk vooral Becel) zo goed zou zijn, terwijl ook nu nog regelmatig kokosolie in de media wordt afgekraakt.
Linolzuur zou weliswaar het cholesterol verlagen, maar is in feite het slechte omega(6) vetzuur, waardoor het ontstekingen bevordert en dus chronische ziekten en ook hart- en vaatziekten, en is dus helemaal niet zo goed (net als onder andere de zonnebloemolie, raapzaadolie, sojaolie en palmolie), terwijl kokosolie weliswaar meervoudig verzadigd is, maar juist wel goed (net als o.a. olijfolie, avocado, zalm, sardines, chiazaad en lijnzaad – de laatste vijf hebben de olie in zich).

Gaandeweg zien we dat het zwart-wit denken wat zo gemakkelijk verkoopt funest is voor onze gezondheid. Want we hebben allemaal te veel koolhydraten (suikers) gegeten omdat dat beter zou zijn dan vetten en mijden nog steeds (de goede) vetten door gebruik te maken van stoomapparaten en airfryers. Daardoor is het gehalte aan omega-6 vetzuren door de ‘verkeerde’ goedkope olie die in allerlei gefabriceerde producten zit bij veel mensen veel groter dan de goede omega-3 vetzuren die we eigenlijk in een 4x zo grote verhouding (t.o.v. omega 6) binnen zouden moeten krijgen.

Net als vrijwel alle medicijnen die worden voorgeschreven, is dit alles in grote mate beïnvloed door reclames en media.Maar we groeien dus niet dicht door de (goede) vetten, maar door de koolhydraten en verkeerde vetten!  

Net als ik bij alles wat ik in de praktijk zag, en wat ik leerde via andere bronnen, me afvroeg of het klopte met wat ik heb geleerd tijdens mijn opleiding, zo zou het goed zijn als iedereen dat soort afwegingen zou maken. Zeker artsen. Niet gelijk in de verdediging, maar je afvragen of er waarheid zou kunnen zitten in wat je hoort of leest. En zeker in wat je met eigen ogen ziet. En juist als het strijdig is met wat je dacht dat waar is....

Om een voorbeeld te noemen: ik zag hoe kinderen door een homeopathisch middel niet meer steeds antibiotica nodig hadden, of veel beter gingen functioneren, of …..
Dus: zou het kunnen zijn dat die volksverlakkerij (termen uit mijn opleiding) toch zou kunnen werken?

Of: een groot Scandinavisch onderzoek (regulier) zou hebben aangetoond dat glucosamine niets doet aan gewrichtsklachten, terwijl vele (orthomoleculaire) onderzoeken daarvoor telkens een verbetering aantoonden (wat met geen regulier middel kon worden bewerkstelligd!).
Een grote tegenstrijdigheid dus. Dat Scandinavische onderzoek maakt dat niemand het meer heeft over glucosamine in de reguliere wereld. Over invloed gesproken……
Maar: als iemand nu glucosamine gebruikt en aanzienlijk minder klachten krijgt, zou het dan misschien zo kunnen zijn dat het werkt? Dat al die eerdere onderzoeken toch klopten? 

Voor zowel artsen als de ‘gewone burger’ geldt: blijf openstaan voor wat je hoort en leest. Geloof niet alles direct, maar laat ruimte voor andere opties. En geloof vooral niet alles direct wat van bronnen komt die baat hebben bij wat de uitslag is. (Helaas behoren de media bij die categorie!). Los van het feit dat alleen al de wens tot een bepaalde uitslag de uitslag beïnvloedt, zijn er helaas meer zaken die de uitslag bepalen, zoals degene die het onderzoek betaalt…….

Invloeden, ze zullen er altijd blijven……(vooral via de media en de reclames)…..maar hoe meer we ons dat bewust zijn, hoe meer we zelf in staat zijn te kiezen voor wat goed voor ons is.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn