In de serie ‘’Missing Links” op Gaia (een netflix-achtige instantie met wat meer aandacht voor het bewuster worden en spiritualiteit; ook met een abonnement) met Gregg Braden heeft Greg het met enige regelmaat over compassie.

Ook al omdat hij vertelt hoe het harmoniseren van hart en hersenen met behulp van compassie maakt dat we niet alleen zelf meer in harmonie komen, maar ook bij bijvoorbeeld ons onbewuste kunnen. Ik zal het daar over hebben in de blog over scheppen (aflevering 20 denk ik). Daar ook de uitleg over de harmonisatie.  

Hij vertelt dat sympathie betekent dat je ziet (herkent) dan de ander lijdt, dat empathie maakt dat je het lijden van de ander ervaart (identificatie met de lijdende), en compassie zou zijn dat je het lijden waarneemt, observeert, zonder erin betrokken te worden.

Deze uitleg nam ik in me op, maar het voelde niet als een complete uitleg. Compassie leek zoveel meer dan dat.

Ik was dan ook blij met de boeddhistische monnik Gelong Thubten die een wat vollediger uitleg gaf.

Compassie is volgens hem het expanderen ('uitzetten','vergroten') van het hart, het verbinden met alle zielen, puur, onvoorwaardelijk, één met allen. Dat is wat ik eerder miste. Deze definitie voldoet m.i. beter.

Eigenlijk zouden we allemaal compassie moeten hebben naar iedereen. Dat zou de wereld mooier maken. Maar dat is niet hoe het is.

Compassie wordt vaak begrensd, met name door het ego.

Er zijn volgens Thubten (Gelong schijnt monnik te betekenen, Thubten is zijn naam) 4 soorten begrenzing:

  1. Verwachtingen – vaak hebben we compassie met mensen, maar verdwijnt dat ineens als ze bijvoorbeeld ondankbaar zijn. Het blijkt dus in die gevallen zeker niet onvoorwaardelijk, we willen er iets voor terug, zoals dankbaarheid of erkenning.
  2. Voorkeuren – vaak hebben we wel compassie met de een en niet met de ander, we hebben duidelijke onze voorkeuren over mensen waarmee we wel of niet compassie hebben
  3. Vaak ook is compassie het gevolg van een emotionele trigger; als we beelden zien van mensen die ernstig lijden kunnen we compassie opbrengen, maar als het lijden wel meevalt is er geen compassie.
  4. Tenslotte kan compassie ook overweldigend zijn en ons machteloos, hulpeloos of boos en gefrustreerd maken omdat we er niets mee kunnen. Het kan ons ook ‘koud’ maken om dezelfde reden. Denk aan daklozen of bedelaars.

Je ziet, vaak is compassie beperkt tot bepaalde regels of op bepaalde voorwaarden. Terwijl compassie eigenlijk iets onvoorwaardelijks zou moeten zijn betrekking hebbende op iedereen.

We zouden het verborgen lijden moeten zien.

Wat dat betreft is compassie ook het niet oordelen als je niet weet waar je het over hebt.
Ik moet denken aan iemand die zich hufterig gedraagt, en waarvan je niet begrijpt waarom iemand dat doet. Het klopt zo niet met wat je zou verwachten of met wat je zelf zou doen. Alleen dat al zou moeten maken dat je je afvraagt waarom die ander zo anders reageert. Compassie maakt dat je niet oordeelt, maar nieuwsgierig bent.  

Ik mis die compassie vaak in onze wereld van vandaag. Compassie is te vaak begrensd door allerlei voorwaarden. Egoïsme beperkt compassie.

En niet te vergeten de 4e eerdergenoemde reden, het niet met het lijden om kunnen gaan.

Ik kan me herinneren dat we in een Belgische stad waren, ik weet niet meer welke, wellicht Brugge. En daar waren wat bedelaars. Soms ook vrouwen, die hun kinderen gebruikten als middel om te bedelen. Het maakte me boos. Iets soortgelijks maakte ik ook in een Duitse stad mee. De manier waarop gebedeld werd maakte me boos. Het was ‘overdone’.

Nu, achteraf, denk ik ‘waarom werd ik boos’? Doordat ik boos werd gaf ik ook niets aan die mensen. Ik had zoiets als ‘doe gewoon, stel je niet zo aan, probeer geen misbruik te maken van de goedheid van mensen’. Maar was dat wel terecht?
Misschien was dit wel hun manier om toch aan geld te komen (wat voor ons vreemd is omdat we denken dat het allemaal zo goed geregeld is qua steun en bijstand, maar is dat wel zo?).   

Mijn compassie werd beperkt in dit geval door frustratie. Ik kon er niets mee, ik wist niet wat ik ervan moest denken. Het stuitte me tegen de borst.

En ik zeg niet dat het goed of fout was, net zomin als het gedrag van die ander goed of fout was, maar mijn compassie – die er anders wel was geweest – werd dus beperkt door het m.i. overdreven gedrag van die andere waar IK niet mee om kon gaan. 

Overigens is compassie niet iets wat je voor een ander doet, je doet het misschien wel meer voor jezelf. Echte compassie maakt dat je je verbindt met het universum, met iedereen. Het maakt dat je beter bij de universele kennis kan, beter bij je eigen bron kan. Beter contact kunt maken met ‘hoe je het ook noemt’ (God, moeder natuur, het Universum, het Al, Allah, Boeddha, de Bron, etc.).

Compassie maakt dat je je beter voelt qua stemming, dat je je meer gesteund voelt, dat je je meer één voelt met al het andere, en dus krachtiger.

Je hoeft niet altijd de ander te begrijpen om toch compassie te hebben. Maar compassie volgt wel op sympathie en empathie. Je moet wel het lijden kunnen zien, herkennen; en je moet wel het lijden van de ander kunnen ervaren (en weer loslaten!).

Maar compassie is ook op dat punt een stuk prettiger, omdat je in tegenstelling tot empathie niet meelijdt, niet erin betrokken bent…..(en toch ook één bent).

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn