Het grappige is dat manifesteren of scheppen vele kanten heeft, er spelen veel zaken mee en we kunnen op verschillende manieren helpen om onszelf in een situatie te brengen waardoor we beter in staat zijn te scheppen.

Veel heb ik er al van besproken.

We moeten zorgen dat we ‘verbonden’ zijn, dat we met onze kern, onze bron, verbonden zijn. Met ons niet-fysieke, niet tastbare, zelf. En dat doen we door in een staat van hogere vibratie (of trilling) te zijn.
En datzelfde geldt voor de staat waarin we moeten zijn om te ontvangen. Ook dan moeten we zijn in een staat van dankbaarheid, liefde, respect, blijheid, compassie.
Bovendien moeten we consistent zijn in wat we willen en niet bezig zijn met wat we niet willen.

Dat de kracht van onze gedachten immens is, blijkt wel uit onderzoeken waarbij mensen zich voorstellen, visualiseren, dat ze bepaalde spieren gebruiken (maar dat niet echt doen) en waarbij die spieren zich ook krachtig ontwikkelen. Bij sommige onderzoeken zelfs sterker dan bij de mensen die ze echt gebruiken en trainen.

Net zoals dat blijkt wanneer je met je gedachten gouden licht of wit licht gebruikt om klachten in het lichaam te bestrijden, of pijn te bestrijden. We zijn in staat om met onze geest zoveel meer te doen dan we denken. Het lijkt bijna tovenarij omdat we zo zijn losgeraakt van onze natuurlijke instincten en zo zijn gaan vertrouwen op hulp van buitenaf.

Misschien vertel ik daar nog wel eens meer over, dit keer wilde ik het hebben over de kracht van ademhaling, ook als het gaat om scheppen en in de juiste staat komen.

We kunnen bewust en onbewust ademhalen.
Zagen we bij dit hele scheppingsgebeuren al dat bewuster leven grote voordelen heeft, dat geldt ook als het gaat om ademhalen.

Normaliter ademen we onbewust, op de automatische piloot. Daar zorgt het reptielenbrein voor, het oudste deel van ons zenuwstelsel. Dat is – net als het limbisch systeem (gevoelens en emoties) – extreem gevoelig voor je ademhaling.
En net zoals dat met de automatische piloot, de automatismen, op andere gebieden is nemen we ook onze ademhaling misschien wel te veel voor lief.

Zo is er verschil tussen het ademen door de mond en door de neus. Bij praten, en bij spanning, ademen we vooral door de mond, wat zorgt voor meer stresshormonen. Die zijn nuttig bij vechten of vluchten als er gevaar is, maar wij creëren ze nu ook bij mentale problemen (soms zelfs al door het WhatsApp pingeltje), terwijl we er niets mee kunnen. We vechten niet en vluchten niet, dus ze zijn nergens goed voor, hebben eigenlijk alleen nadelen. 

Bij het ademen door de neus krijgen we minder zuurstof binnen (=goed!) en is de ademhaling trager (=goed!), de lucht is schoner en minder koud. Door de neus ademen zorgt ook voor minder allergie en ziekte.

Bij het ademen, ademen we zuurstof in en koolzuurgas (kooldioxide) uit.
We zijn afhankelijk van zuurstof, maar tegelijkertijd is zuurstof ook schadelijk, zeker te veel zuurstof. Oxidatieve stress (door te veel zuurstof) maakt dat er te veel zuurstofverbindingen in de cel worden gevormd. Dat zorgt voor ‘vrije radicalen’ en daardoor voor schade aan cellen (DNA) en vaten. We weten natuurlijk dat zuurstof roest veroorzaakt en maakt dat ijzeren producten daar kapot van kunnen gaan. Het kan gaten in radiatoren en allerlei andere producten veroorzaken. Zo kan het ook in het lichaam grote schade aanrichten. 

Verouderingsprocessen, kanker, maar ook chronische ziekten, worden deels veroorzaakt door die vrije radicalen en dus door te veel zuurstof (door bijvoorbeeld spanning). Een tragere ademhaling zorgt zo voor minder stress, een betere gezondheid en een langer leven.

Ook dat op zich is al een vorm van scheppen in de goede richting. Minder magisch, maar zeker zo effectief. 

Topsporters trainen op grote hoogte, zodat ze met minder zuurstof goed presteren. Los van het feit dat dat op zich gezond is, hebben ze op lagere hoogte het voordeel dat ze ook daar beter presteren. Het leidt tot minder ziekte en een beter uithoudingsvermogen.

Minder zuurstof (via anders ademen bereikt) leidt tot meer kleine bloedvaatjes, betere communicatie met/in het lichaam, beter bloedstroom door het hart, kalmering, een beter uithoudingsvermogen en betere resultaten (door betere gedachten en acties).

Gedachten beïnvloeden het zenuwstelsel en daarmee de ademhaling, maar het is ook omgekeerd waar: de ademhaling beïnvloedt het zenuwstelsel en daarmee de gedachten.

Het inademen stimuleert het sympathische zenuwstelsel (van vechten/vluchten – geeft ook meer energie), het uitademen stimuleert juist het parasympatisch zenuwstelsel (zorgt voor kalmering, herstel, verlaging van het hartritme).

Onregelmatig ademen (wat we bijvoorbeeld bij spanning doen, en sommige mensen bijna doorlopend) zorgt voor disharmonie in het lichaam, voor een minder goede afstemming tussen hart en hersenen, tot minder goed functioneren en daardoor voor een mindere gezondheid.

Regelmatig ademen, in een regelmatig ritme, zorgt voor een optimale bloedflow naar de hersenen en harmonie in het lichaam. Dat wordt wel hartcoherentie genoemd.

Belangrijk zijn daarbij een goed ritme met een consistente verhouding van in- en uitademen. Daarbij is langer uitademen dan inademen nuttig. Dus bijvoorbeeld 2 tellen in en 4 uit, of 4 in en 8 uit. Gelijkmatig ademen is ook belangrijk, dus niet met horten en stoten. Door dat ook nog te doen in een goede staat (dankbaarheid, blijheid, liefdevol) met een intentie (wat wil je?) maak je het effect nog beter. En altijd dus inademen door de neus.

Door het regelmatig te oefenen, het langzamere ademen (2-4 of 4-8), ga je langzamerhand vanzelf ook rustiger ademhalen in andere situaties. Van nature ademen we niet zo snel, alle spanningen in het leven hebben dat veroorzaakt, dus het onbewuste pikt het langzamere ademen weer op als je het traint.

In de huisartsenpraktijk was een mooi voorbeeld daarvan hyperventilatie. Het woord zegt het al letterlijk: over-ademen, dus te veel zuurstof. Het leidt tot tintelingen in vingers en rond de mond, tot druk op de borst, tot angst en onzekerheid. Terwijl dat laatste het ook weer opwekt. Het is vaak een vicieuze cirkel waar lastig uit te komen is.
Door in een grote zak te ademen zorg je langzaam voor minder zuurstof, waardoor de balans beter wordt. Maar het is een tijdelijke noodoplossing en de minste spanning roept het vaak opnieuw op.

Ik gaf dan ademhalingsoefeningen mee met het dringende advies dat meerdere keren per dag te doen. En het een beetje op te bouwen, van 2-4 naar 4-8 bijvoorbeeld. En bovendien ook even de adem vasthouden na inademen en uitademen.
Bij iedereen die het echt deed, stopte de hyperventilatie snel met optreden. Ze kregen het gewoon niet meer, omdat ze onbewust ook rustiger gingen ademen. Het laat mooi zien hoe het onbewuste het oppikt, die betere manier van ademhalen.

Zelf pas ik het overdag toe als ik eraan denk. Maar vooral als ik in bed even niet in slaap kom. Twee tellen in, vier uit, rustig. Met de wens in slaap te vallen, wat ook na een paar keer al gebeurt. Ik adviseer het ook te doen als je iets wenst.

Hou de wens in gedachten, zorg voor de goede staat, en rustig en gelijkmatig twee tellen in, vier tellen uit………..

Het inhouden van de adem na diepe inademing of uitademing heeft ook nog z’n speciale waarde. Daarover een andere keer.

Het is wonderlijk hoeveel zaken invloed hebben op het proces van creëren, van scheppen, wat we ons niet eens bewust zijn.

Het ga je goed!

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn