rek

Als ik dat al niet door ervaring wist, leerde ik dat wel door de studie homeopathie: iedereen is anders. Er zijn geen twee mensen gelijk.

Om duidelijker te zijn, door de huisartsenpraktijk was me al duidelijk geworden dat er heel veel verschillende mensen zijn, maar een reguliere diagnose stel je toch op de verschijnselen en de verschijnselen bij een oorontsteking of een kneuzing lijken bij iedereen gelijk.

Maar toen ik homeopathie ging bestuderen, bleek dat allemaal veel ingewikkelder te liggen. Het was helemaal niet zo dat elke middenoorontsteking gelijk was en bij hoofdpijn waren er wellicht wel duizend verschillen mogelijk. Geef je regulier bij pijn een pijnstiller, bij homeopathie wil je weten wie die persoon is, wanneer de pijn het ergst is, waardoor de pijn erger of minder wordt, of warmte invloed heeft, hoe aanraking werkt, hoe druk werkt, etc., etc.

Maar juist daardoor kwam ik erachter dat geen twee personen gelijk zijn én dat ik naar elk detail wat een patiënt vertelde moest luisteren en het moest noteren. Immers, was het nu niet nuttig, was het dat de volgende keer wel.

Een voorbeeld bij tanden krijgen van kinderen:

Bij problemen met het doorkomen in het algemeen zijn er wel 60 middelen mogelijk die zouden kunnen helpen, maar elk alleen bij de persoon waar het door andere karakteristieken die kloppen is aangewezen.
Maar als een kind gilt of schreeuwt bij het tandenkrijgen, moet je vooral aan apis, kreosotum en rheum denken naast calcium phosphoricum en chamomilla (natuurlijk).
Wat opvalt, is dat er ook zo’n 40-50 middelen zijn die worden genoemd bij toevallen tijdens het tandenkrijgen. Dat is dus helemaal niet zo zeldzaam…..
Als kinderen erg zwak zijn tijdens het tandenkrijgen kun je denken aan calcium carbonicum, ipecacuanha, en arsenicum en calc.phos.
Als er diarree is tijdens het tandenkrijgen, zijn er ook weer 40-50 middelen die kunnen. Met koorts een stuk of 30. Als er ook wormpjes zijn er 4 (cina, silicea, mercurius en stannum).
Er zijn nog wat kleinere rubriekjes ook.

Bij tandenkrijgen is het dus de kunst om zoveel mogelijk van de begeleidende verschijnselen te verzamelen én te kijken hoe het kind in elkaar zit. Is het gedrag helemaal ‘chamomilla’, dan is chamomilla het eerste middel. Maar als dat minder duidelijk is, dan kunnen de kleine rubriekjes soms juist de aanwijzing zijn. Het is even puzzelen, maar de ervaring leert dat alleen het juist-gekozen middel helpt.

Bij oorpijn zijn er wel 400-500 middelen die gegeven zouden kunnen worden (is weer eens iets anders dan een pijnstiller en oordruppels of neusdruppels). Daarna kun je onderscheid maken tussen rechts en links, wat het aantal al iets minder maakt, want het ene middel is meer rechts georiënteerd, het ander meer links. En dan is er nog het onderscheid tussen de tijd waarop de klachten zijn.
Daarna krijg je een hele serie aan bijkomende – maar homeopathisch juist belangrijke zaken: zoals

  • Maakt buitenlucht het beter of juist erger?
  • Zijn er andere pijnen, zoals pijn in de buik, of het oog,
  • Komt het plotseling of geleidelijk?
  • Wat voor soort pij is het? Bijtend? Stekend? Borend? Gekneusd? Barstend? Krampend? Snijdend? Scherp? Trekkend? Dof? Knijpend? Knagend? Grijpend? Jeukend? Hamerend? Pulserend? Af en aan?
  • Wat is het effect van kauwen? Van eten?
  • Is het begonnen na kouvatten?
  • Wat is het effect van oude lucht? (beter, slechter)
  • Wat doet traplopen op de pijn?
  • Wat is het effect van liggen op verschillende manieren?

 

Ik kan nog even doorgaan, maar je hebt vast wel een indruk. Uiteindelijk neem of geef je het middel wat het meest passend is, wat de meeste overeenkomsten heeft met de pijn die de patiënt ervaart.

Niet gewoon een pijnstiller, maar een middel wat ervoor zorgt dat de balans wordt hersteld en het lichaam weer is zoals het hoort te zijn……en dat is wat meer werk om te zoeken dan een recept schrijven voor een pijnstiller en een druppel........

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn