Uit de Praktijk

arts

Uit de praktijk:

Een blog gebaseerd op ervaringen van een opleiding geneeskunde, huisartsenspecialisatie, 12 jaar huisartsenpraktijk en vele jaren meer ervaring als complementair of alternatief arts.
Maar vooral de ervaringen als mens in een medische wereld.

Korte verhalen, soms met een boodschap, soms met een glimlach, soms een verzuchting.....

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Etiketjes

 Als arts-in-opleiding leerde ik heel veel diagnoses, en elke diagnose bestond uit een rijtje symptomen met een etiketje erop.
Uiteindelijk leerde ik dat bij etiketje A middel X kon worden gegeven, of er moest worden verwezen naar een specialist. En wat je vooral leerde is om te kijken of het niet iets ernstigs was, want dat was het eerste wat je wilde uitsluiten.

 Al in de beginjaren kreeg ik zo te maken met mensen die klachten hadden die op weke delen reuma leken te wijzen. Alleen, dat etiketje, die naam, was in verval aan het raken. Een nieuwe naam was in opkomst: fibromyalgie. De naam deed de klachten ook eer aan: het waren klachten van pijn aan de bindweefsels en spieren. Dat klopte op zich wel. Alleen, er was iets raars met die diagnose. Of liever gezegd met het etiket. Want terwijl ‘weke delen reuma’ een geaccepteerde diagnose was, lukte dat niet met fibromyalgie.

Er werd lacherig over gedaan (en nog werden er onlangs onder studenten in opleiding tot arts rare grappen over gemaakt) en sommige ‘artsen’ noemden het modeverschijnselen of een hype. Patiënten ermee werden niet echt serieus genomen.
Neemt niet weg dat ik patiënten had met die klachten, zonder afwijkingen in lab-testen, waardoor dat etiket op zich klopte. En waarvan ook fysiotherapeuten vonden dat dat etiket juist was. Maar ook die patiënten kregen van die rare meningen en berichten te lezen en te horen. Zij wilden dus helemaal niet dat etiket hebben.

En dan natuurlijk de verzekeringsartsen, een slag apart onder artsen. Zij vonden dat die mensen gewoon niets mankeerden. Een strijd die er nog regelmatig is. De meeste verzekeringsartsen zijn eigenlijk geen artsen maar verlengstukken van de verzekering die zo min mogelijk wil uitkeren. Ze weten wel degelijk dat je klachten hebt waarmee je niet kunt functioneren, maar in het belang van hun werkgever zeggen ze dat je niets mankeert, of in elk geval veel minder dan je echt hebt. Ik ben arts geworden om mensen te helpen, sommige artsen zijn dat geworden (of ernaar afgegleden) om een verzekering te helpen. Het is een andere insteek (en niet elke arts zal even erg zijn) waar ik eerlijk gezegd nogal moeite mee heb.

Maar goed terug naar de etiketjes en fibromyalgie. Als regulier huisarts was ik dus bij alle klachten van mensen op zoek naar een naam voor het beeld. Immers, als er geen etiketje op kon, had iemand niets. Neem al die mensen met vermoeidheid. Je deed labonderzoek en er kwam niets uit. Er was dus ‘niets’. Dat vertelde ik mensen dan ook – met een heel dubbel gevoel – ‘er is niets aan de hand’. “Wel, gelukkig, dank u dokter”.

Ik voelde me er nooit zo gelukkig mee, want die mensen waren niet voor niets bij me gekomen. Zelf had ik vroeger een huisarts die bijna alles als psychisch bestempelde. Alles waar hij gaan raad mee wist was ‘psychisch’ of ‘stress’. Zoals mijn voorganger iedereen vitamine B complex gaf als hij er geen etiketje op kon plakken. Mensen voelden zich dan gehoord kennelijk.

 Het was een verademing toen ik homeopathie ging studeren. In de homeopathie luister je naar het hele verhaal. Je wilt weten hoe iemand in elkaar zit en je wilt weten welke klachten er zijn. Op basis van al die gegevens kies je het middel. Dat is verre van gemakkelijk, maar wel een duidelijk beleid. Er hoeven geen etiketjes op anders dan die van het genezende middel. En dat was fijn, want regelmatig had ik mensen waarbij ik meerdere rijtjes kon maken, waarbij meerdere diagnoses zouden kunnen, ware het niet dat er altijd minstens een symptoom tekort was. Ze hadden net geen A of net geen B en zeker geen C, maar wat was het dan? Gewoon ‘iets’, maar zonder te voldoen aan een bestaand ziektebeeld.

En met de homeopathie kon ik gewoon iedereen behandelen en alle symptomen, alle klachten in hun waarde laten.
Het maakte niet uit hoe je in elkaar zat en welke klachten je had en hoe je ze presenteerde, ik moest gewoon zoeken naar het middel waar alles bij klopte. Bovendien is er in de homeopathie een soort hiërarchie. Sommige eigenschappen of klachten zijn belangrijker dan andere, tellen zwaarder in een afweging.

Hoe dan ook, ik vond homeopathie heerlijk. Domweg omdat elke klacht van de patiënt serieus werd genomen en werd meegenomen in de afwegingen. Terwijl dat regulier helemaal niet gebeurde. Soms had iemand 5 of 6 klachten en kon je eigenlijk met 4 niets, dus gaf je iets (pijnstiller of zo) op de 1-2 klachten waar je iets tegen kon doen. En dan dus vooral het bestrijden van de symptomen, de klachten, niet van de ziekte die erachter zat.

Etiketten, ik heb er een broertje dood aan. Want los van het feit dat etiketten nogal eens verkeerd worden geplakt, gaan nogal wat mensen gebukt onder een ooit geplakt etiket (juist of niet) en bovendien kan een etiket werken als een soort van brandmerk.

Al afsluiting een voorbeeldje. Een hypochonder is iemand die dingen erger voordoet dan ze zijn of altijd denkt iets ergers te hebben dan er is, of denkt iets te hebben als er niets is. Als een arts dus in zijn papieren zet dat iemand een hypochonder is, kan dat handig zijn voor collega’s omdat ze dan niet overdreven onderzoeken gaan doen als het niet nodig is, maar het kan ook zo zijn dat iedereen die die persoon later ziet denkt dat het een aansteller is.
Met alle gevolgen van dien. Ik heb mensen zo zien overlijden omdat niemand iets deed en iedereen dacht dat het aanstellerij was. Dat is het nadeel van etiketten.

Ik denk dat je altijd iets op het moment moet beoordelen, rekening houdend met zaken in het verleden, en natuurlijk mag je het beestje een naam geven als dat nuttig is.
Maar etiketjes horen toch eigenlijk meer op jampotjes.....

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Liefde

 Liefde en geneeskunde.

Er zijn vele manieren waarop liefde en geneeskunde elkaar raken, zoals er vele manieren zijn waarop liefde en het leven elkaar raken.

 Als ik terugdenk aan de praktijk, zou ik als eerste kunnen denken aan de zwangerschappen en de kleintjes die het gevolg waren van die liefde. Soms ook ongewenste zwangerschappen, maar wel het gevolg van liefde, al dan niet tijdelijk.
Regelmatig zag ik zo iemand, die zwanger was geraakt en het niet wilde. Dat waren voor de ‘patiënt’ intense gesprekken, en voor mij natuurlijk ook niet de gemakkelijkste. En af en toe gebeurde het dat ik er vlak na of voor iemand had die niet zwanger raakte. Iemand die soms al jaren bezig was om haar liefde met die van haar partner in een nieuw leven te gieten, zonder effect.

 Beide hadden direct met liefde te maken, liefde van twee mensen naar elkaar.

 Maar net zo goed waren er de moeders die weer met hun zieke kind op het spreekuur kwamen, soms uitgeput door alle zorg, soms doodongerust om wat voor ernstigs het kind zou hebben. Soms een moeder die elke keer langs kwam als het kind met de temperatuur boven de 37,5 zat of een keer had gehuild. Dit soort ouders kostten heel veel tijd en energie, maar naast onbekendheid en onwetendheid zat daar altijd een dosis liefde voor het kind bij. En dat realiseerde ik me ook.
Dus onderzocht ik, stelde ik gerust, en adviseerde ik.

 Ik weet niet waar ik het vandaan heb, en kan me bijna niet voorstellen dat ik het van mijn ouders heb, maar ik heb me al vroeg gerealiseerd dat ik van mijn medemens hield. Gewoon in het algemeen. Het is daarom niet zo gek dat ik huisarts wilde worden, of in elk geval arts om mensen beter, gezond, heel, te maken. Ik hield gewoon van mensen. En niet eens zo van hun gezelschap hoor, want ik ben zeker geen gezelschapsmens. Vroeger vond in dat al niet zo boeiend, en tegenwoordig kost het me gewoon te veel energie en mijd ik het.
Maar toch, die liefde voor mijn medemens én de overtuiging dat mensen gezond te maken zijn, heeft wel mijn gang in de wereld van de geneeskunde bepaald.

 De huisartsgeneeskunde bijvoorbeeld, maar toen dat verreweg niet genoeg bleek te zijn naar mijn gevoel en wens de homeopathie, de integra, de Neuro-emotionele integratie, de NLP, en alle andere zaken die ik heb bestudeerd. Ik heb zelfs even aan de politiek geroken, maar vond dat al snel teveel stinken: te starre ideeën, te opdringerig, te kortzichtig……
En tenslotte natuurlijk de Chi Neng® Qigong.

 Terug even naar de praktijk. Liefde en geneeskunde. Liefde en leven. Liefde en doodgaan!

Ook dat was een fase waarin liefde sterk om de hoek kwam kijken. Soms zelfs terwijl het er tevoren helemaal niet was (of leek te zijn). Ik zag werkelijk liefde tussen mensen opbloeien als een van de twee ten dode was opgeschreven. En die werd vaak sterker naarmate het einde naderde. Heel mooi om te zien, en heel wrang om te constateren dat beiden die liefde wellicht eerder ook zo intens hadden kunnen beleven.
Dat gebeurde te vaak, dat mensen pas als een van hen dood ging beseften hoe ze die iemand zouden gaan missen, hoe ze toch van die persoon hielden. Dat gold niet alleen voor partners, maar ook voor kinderen of zelfs schoonkinderen. En – maar daar wil ik het verder niet eens over hebben – voor ouders.

 Liefde en geneeskunde, liefde en het leven. Het hoort bij elkaar. Ik realiseer me dat ik altijd geneeskunde uit mijn hart heb beoefend. Ik begin nu ook pas te beseffen, jaren na dato, dat ik daarom soms mensen in leven kon houden waarvan ik me achteraf afvroeg hoe dat kon, hoe ik die beslissingen had kunnen nemen die zo goed uitpakten, die een leven redden. Op basis van verstand was dat lang niet altijd te verklaren. Maar gevoel, liefde, hart, kan veel meer dan alleen ratio.

 Liefde, het hoort in de geneeskunde thuis.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Bijwerkingen…..(3)

Ik kan me herinneren dat er een onderzoek was naar een ontstekingsremmend middel. Een middel in de groep met ibuprofen en diclofenac.
Ik weet nog hoe het heette, maar wil het hier niet noemen. Ik kreeg formulieren om in te vullen en had een patiënt bereid gevonden het te proberen bij een kwaal met ontsteking. Overigens heb ik het dan over een ontsteking niet veroorzaakt door bacteriën. Een meer reumatische klacht dus.

De man wilde meedoen en na twee dagen belde hij me op dat hij boven de 39 graden koorts had. Ik adviseerde hem te stoppen met het middel en het na een paar dagen nog eens te proberen. Hetzelfde gebeurde. Weer boven de 39 graden koorts. Ik vermelde het op het formulier van het onderzoek en we besloten niet verder met het onderzoek mee te doen. Ook wilde ik formulieren invullen voor het bureau bijwerkingen geneesmiddelen, maar ik moest daarbij zoveel dingen invullen die ik niet wist, dat ik dat opgaf(!). Ik had geen zin de man die al zoveel klachten had gekregen te blijven lastig vallen voor die formaliteiten.

Dus werd het niet officieel gemeld en ik vond het later ook niet terug in de onderzoeksresultaten. Er bleken weinig bijwerkingen en al helemaal niemand die koorts had gekregen of had moeten stoppen……Het was alsof het nooit gebeurd was……vreemd.

Een soortgelijke ervaring had ik toen ik meedeed aan een onderzoek naar een middel – wat al op de markt was, maar door mij niet werd voorgeschreven – bij een bepaald soort duizeligheidsklachten. Ik vond een paar mensen bereid mee te doen, maar binnen 14 dagen kreeg ik ervan 2 mensen op het spreekuur die zoveel meer klachten van duizeligheid hadden gekregen juist door het middel, dat ze wilden stoppen. Ik heb dat keurig vermeld op de papieren van het onderzoek.
Een paar maanden later waren de onderzoekgegevens bekend. Het was een geweldig succes! Een zeer groot percentage mensen had er baat bij, een iets kleiner percentage een beetje baat, en er was niemand vanwege bijwerkingen gestopt met het onderzoek. Fantastisch!
Ja, fantastisch onwaar.

Ik moet bekennen dat mijn lust om met dit soort onderzoeken mee te doen er niet groter door werd en de behoefte te geloven wat de artsenbezoeker me vertelde en wat de industrie me vertelde aanzienlijk af nam.

In het laatste jaar dat ik als huisarts werkte probeerde nog iemand van een firma met een slaapmiddel me mee te laten doen. Ik kreeg voor elke persoon die mee zou doen 4 flessen wijn. Aantrekkelijk toch?  En het zou een middel zijn waarmee ik het bestaande slaapmiddel kon vervangen, omdat mensen dit middel snel zouden kunnen laten staan. Het zou geen verslaving geven en daardoor mensen van de middelen afhelpen.
Ik vroeg bedenktijd. Ik wilde eigenlijk niet meedoen, maar als het waar zou zijn (en dan ook nog die flessen wijn)………..
Ik besloot dat ik het verhaal niet geloofde. Ik was zo wantrouwig te denken dat dit middel nummer zoveel was wat ook weer gewoon chronisch geslikt zou gaan worden. En dan was dit een soort van louche manier om ‘mijn’ patiënten aan hun middel verslaafd te krijgen. Chagrijnig kwam de man de spullen weer ophalen die hij had laten staan – omdat hij dacht dat ik dan wel overstag zou gaan.

En ja hoor, jaren later bleek dat veel mensen het slikten en was het net zo werkzaam, nutteloos, geest vertroebelend en verslavend als alle andere slaappillen.
Kortom dezelfde bijwerkingen………..

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

ervaring

Dit keer iets over mij praktijkervaringen met de Chi Neng® Qigong. Mijn hernieuwde kennismaking ermee destijds.

Het was enige jaren na mijn fietsongeluk, en ik probeerde nog krampachtig toch te werken. Dat was én omdat ik zelf wilde geloven dat ik weer zou herstellen én omdat de verzekering vond dat ik meer zou kunnen werken dan ik deed. Je zou kunnen zeggen dat ik minder uitkering kreeg dan waar ik echt recht op had en ik moest dus wel proberen in elk geval zoveel te blijven werken als ik deed. Ik moest de hypotheek betalen en mijn gezin te eten geven.

Ik was al een poosje ervoor begonnen met de CNQ bewegingen te maken, als een soort fysiotherapie, om mijn linker pols en schouder wat meer 'los' te krijgen. Het maakte me - realiseerde ik me - ook iets kalmer van binnen. Verder vermeed ik drukte of gezelschappen, want het was alsof mijn energie in gezelschappen binnen no time verdwenen was. En bijtanken duurde dan soms dagen.

Toen kwam Hanneke thuis met een folder van het Chi Neng instituut; ze hadden een workshop op Mallorca. Dus vliegen in een bak met mensen, daar tussen een gezelschap mensen zitten waarmee je geacht wordt te communiceren, en lichamelijk werk terwijl ik nu na een consult op de bank in slaap viel. Hanneke wist dus al wat ik ging zeggen.........maar ik zei 'ja'. Puur op gevoel. Het was in een klooster (dus toch een vorm van rust) in de bergen (dus niet in een plaats), en het was Chi Neng Qigong, waarvan ik inmiddels een goed gevoel had. En, last but not least, ik kon er even uit. Uit dat kooitje waarin ik gevangen zat (dit laatste realiseer ik me overigens pas nu ik het schrijf).

Dus wij naar Mallorca. Het vliegveld was met mijn energie natuurlijk vreselijk, maar de mensen die ik ontmoette waren erg hartelijk en warm. Vanaf de eerste dag werden er oefeningen gedaan. Elke ochtend begon met een ' Lift Chi Up, Pour Chi Down' ,de basisoefening, met daarin een '3 Centers Merge' (staande meditatie). Een oefening van een uur, waarbij de armen behoorlijk lang omhoog moesten worden gehouden. En natuurlijk probeerde ik mijn armen omhoog te houden en niet naar beneden te doen, ik wilde me niet laten kennen. Gevolg? Enorme tintelingen in mijn handen en vingers plus een gevoel dat mijn armen er zo ongeveer af dreigden te vallen. Toch hield ik vol, met een dubbel gevoel. Immers, was dit nu goed of juist niet? Ik begreep dat het de Qi was die ik voelde, het zou wel.

Na een paar dagen verdween dit gevoel en kon ik de oefeningen gewoon blijven doen zonder die problemen. Er was iets in mijn Qi veranderd, of beter: de Qi in mijn lichaam was kennelijk veranderd. Ik voelde me sterker, krachtiger. De altijd aanwezige pijnen waren er nog, maar het leek anders. Minder? Nee, niet minder, anders. Alsof het beter te handelen was, alsof het bijna oké was. Zoiets.

In de middag werd er telkens een stukje van level 2 gedaan, de 'Body & Mind' oefening. Ook dat was verrassend. Ik kende die oefening niet, en het waren veel meer bewegingen met het hele lichaam, stukje voor stukje. Ik voelde me een stijve hark, maar als ik om me heen keek waren er mensen die nog meer 'harkgehalte' hadden, dat stelde me weer gerust. En anderen die veel leniger waren, dat gaf een vooruitzicht.

Wat ik ook ervoer die eerste fase dat ik écht Chi Neng ging doen - want ik leerde hier op Mallorca van Patricia een veel vollediger vorm van CNQ, met de juiste staat, met het gebruik van de geest - was dat stukjes lichaam waar ik voorheen pijn ervoer maar die nu weggezakt was, weer pijn gingen doen. Zo van 'shit, die ouwe pijn komt weer terug, vind ik dat leuk?'. Vanuit de homeopathie weet ik dat oude klachten soms weer terugkomen en dat dat een teken van genezen is. Je bent aan het pellen, ontwinden, ontdekken.

Vanuit de CNQ wordt het anders verklaard, maar blijkt het ook oké te zijn. Om te overleven probeert ons 'systeem' een stukje van het lichaam min of meer te negeren, de pijn te negeren bijvoorbeeld, omdat het niet herstelt. En als je die pijn niet meer zo ervaart, gewaar bent, is het leven een stukje beter uit te houden. Maar van herstel is geen sprake. Als je nu CNQ gaat doen, gaat de Qi, de levensenergie, weer beter stromen en komt dus ook meer in dat 'afgesloten' gebied. Vandaar de toename van de 'oude' pijn. De Qi gaat daar aan het werk en zorgt dat de genezing in gang wordt gezet. Bij de lange weekenden zagen we mensen die enorm misselijk werden of aan de schijterij gingen, allemaal (schoonmaak) reacties van de Qi die verandert.
Als je CNQ doet, werk je toe naar evenwicht. Als de Yin en Yang in je hele lichaam in balans zijn, ben je gezond en krachtig. Daar werk je naar toe. Evenzo werk je toe naar een balans tussen in je tastbare lichaam zitten en je contact met het universum. Tijdens de oefening leer je één te zijn met het universum (er min of meer in op te lossen) en toch volledig je gewaar te zijn van je fysieke lichaam, je tastbare lichaam. Je leert dat je altijd (ook) met je twee benen op de grond staat. Voor sommige mensen - die om welke reden dan ook neigen hun lichaam te willen ontvluchten - is ook dat even wennen. Zo is ook CNQ dus een soort van zoektocht, een zoektocht naar beter. Beter op alle terreinen.

Balans op alle gebieden, lichamelijk, emotioneel en mentaal. En goed voor klachten op alle gebieden. Maar je moet er dus wel iets voor doen. Je moet oefenen, je de oefeningen eigen maken. En niet bij de eerste de beste gewaarwording die je niet begrijpt stoppen....want juist dat wat we niet begrijpen is vaak wat ons aan het helpen is.

 

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Bijwerkingen…..(2)

Er was een periode dat ik het min of meer mijn plicht vond om als huisarts mee te doen met geneesmiddelonderzoeken, omdat dat in mijn ogen destijds de enige manier was om middelen betrouwbaar te testen.

Het was nog in de fase dat artsen rijkelijk werden beloond en gefêteerd. Een van mijn collega’s had zelfs een extra assistente in dienst om aan alle onderzoeken mee te kunnen doen, en regelmatig zat hij met een bedrijf in het buitenland. Ook de cadeautjes die hij kreeg waren exorbitant.

Zelf weigerde ik reisjes naar het buitenland, en omdat ik niet naar dure cadeaus vroeg, kreeg ik ze ook niet. Ik kwam niet verder dan notitieblokjes, pennen en soms een prent voor aan de muur. Ik vroeg ook nergens om, dat was misschien mijn ‘fout’. Maar dat voelde ook niet goed.

Het had er alle schijn van dat mensen die veel vroegen ook veel kregen, omdat er werd gedacht dat die artsen dan ook wel veel zouden voorschrijven. Was het niet nu, dan misschien wel morgen…

Maar ik probeerde dus wel aan een aantal onderzoeken mee te doen. Ik zeg ‘probeerde’, omdat ik mensen bereid moest vinden mee te doen en dat ook alleen zelf wilde als het mensen waren die m.i. baat zouden kunnen hebben bij zo’n nieuw middel. Niet omdat ik persé wilde meedoen.

Soms lukte het me dan ook niet om de mensen te vinden om goed mee te doen. En soms kwamen de mensen hun afspraken met mij niet na, zodat ik de formulieren niet kon invullen die belangrijk waren voor het onderzoek.

Ik beschouw mezelf als behoorlijk eerlijk en oprecht. Ik denk dat iedereen me ook zo kent. Toch, als ik terugkijk, zie ik dat ik soms formulieren heb ingevuld alsof de persoon wél was gekomen en had verteld hoe het ging. Ik moest tenslotte de deadline halen. En die invulling was nooit ten nadele van het te testen middel. Zo creatief of inventief was ik niet. Dat ging mee het onderzoek in. Ik schaamde me daarvoor, maar begreep later van collega’s – en zeker van die collega met die extra assistente – dat iedereen dat deed. En niet allen het invullen als mensen zich niet aan de afspraak hielden, soms zelf gewoon patiënten bedenken. En de formulieren invullen met denkbeeldige gegevens en reacties. Uiteraard nooit ten nadele van het te testen middel.

Het feit dat zelfs ik al informatie verzon, maakte dat ik me afvroeg of al die resultaten van die onderzoeken wel klopten. Ik deed het op zich met de beste bedoelingen – ik had beloofd mee te werken en gegevens te leveren, dat patiënten niet op kwamen dagen zou toch niet maken dat ik me niet aan mijn beloften zou houden……

Maar los van deze beïnvloeding van de juistheid van de resultaten was er nog een andere……..

Wordt vervolgd…..

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn