Dr. Vernon Coleman, een uiterst kritisch gepensioneerd Brits arts – kritisch, en onderzoekend, ook in de coronaperiode, dus volgens Wikipedia uiteraard complotdenker – denkt dat er over 5 jaar geen huisartsen meer zijn.
Volgens hem omdat huisartsen het plezier in de geneeskunde zijn kwijtgeraakt en het “robotachtige, recepten ondertekenende poortwachters” zijn geworden. Zodat hun werk beter gedaan kan worden door computers en robots.
Het klinkt heftig. En toch….
Ik omschreef eerder mijn laatste 2 ervaringen met huisartsen. De eerste waar de huisarts zich juridisch verdedigde in plaats van als mens achter de patiënt te staan, de tweede waarin zowel diagnose als medicatie als dosering van het scherm moesten worden gepikt.
In geen ven de twee gevallen een huisarts zoals ik graag huisarts wilde zijn. Ik wilde mensen helpen gezonder te worden, er voor de mensen zijn. Geen computerdokter of jurist. Maar was is de relatie met wat Coleman zegt? Dit:
Ik bedacht me na 2 jaar als huisarts dat ik net zo goed een computer in de spreekkamer kon zetten om mij te vervangen! Ik heb het over 1984!
Toegegeven, ik was op dat moment niet vrolijk, maar ik meende het wel. Ik zat vooral herhalingsrecepten te schrijven, en ook recepten voor dingen die vanzelf zouden over gaan. Ik maakte lange dagen en zag mijn idealen in rook opgaan.
Veel slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen, pijnstillers, middelen tegen hoge bloeddruk, antibiotica………..
Ik bedacht me toen dat iemand gewoon kon intikken wat de klachten waren en dat er dan gewoon een standaardrecept uit kon rollen tegen de pijn of de infectie, of de hoge bloeddruk of de zenuwen. Waar was ik voor nodig?
Bovendien werden mensen gemiddeld helemaal niet gezonder, maar eerder zieker. Ik zag meer chronische kwalen, meer kankers (toen al vergeleken met mijn opleiding).
Dus wat deed ik als huisarts? Ik genas nauwelijks iemand! Vrijwel iedereen die herstelde, deed dat uiteindelijk zelf, op eigen kracht, ondanks het recept wat ik voorschreef.
En het merendeel genas helemaal niet, maar merkte minder van de klachten door de chronische medicatie die de symptomen bestreed.
Daar waren ze tevreden mee, maar ik niet. Ik realiseerde me dat ik eigenlijk meehielp meer chronische ziekten te laten ontstaan onder het mom van arts, geneesheer. En omdat ik dat wist, tot in mijn botten voelde, voelde ik me een kwakzalver.
Maar ja, ik had het ‘tuinhekje’ gekocht (de tonnen goodwill die je destijds betaalde voor de patiënten die je overnam), wat me 12 jaar bond aan de praktijk vanwege de hoge rente en de schuld. Dus ik moest die 12 jaar uitzitten, en bovendien: wat kon ik anders? Ik zei wel eens ‘ik heb geen echt beroep geleerd’.
Ik ging die jaren erna dus op zoek naar een betekenisvoller invulling van mijn beroep als huisarts. Dat betekende studeren en studeren, elke vakantie, elk weekend. Maar alleen al het bestuderen van homeopathie maakte me weer vrolijker (in elk geval regelmatig, want die studie viel me vies tegen – zoveel kennis over middelen en geneesmiddelbeelden was ik regulier nog nooit tegengekomen).
En door de studie van homeopathie ging ik anders kijken naar mensen, wilde ik meer weten. Ik kon ook meer met de klachten waar ik voorheen niets mee kon. Ik ging meer vragen, was geïnteresseerder, wat mensen zelfs opviel.
Ik werd me bewust dat al die klachten waar ik als huisarts niets mee kon toch iets vertelden over het middel wat de patiënt nodig had om weer in balans te komen, om te helen. Het waren zinvolle signalen, die je als regulier dokter negeerde omdat je niet beter wist en er niets mee kon.
Ik werd me ook bewust dat het overgrote deel van de klachten iets te maken had met emoties, met wat er emotioneel speelde of was gebeurd. Of met een verstoring van de balans in het algemeen (voeding, beweging, ontspanning, etc.).
Ik werd me bewust dat al die pillen die we daar regulier voor gaven niets zouden veranderen aan de reden van de klachten. Ja, ze zouden minder voelbaar zijn, maar de oorzaak werd niet weggenomen. De kern, de ‘ziekte’ bleef bestaan en zou zich gaandeweg op andere manieren weer naar de voorgrond klauwen.
Hoe meer ik studeerde, hoe meer ik mezelf als huisarts een kwakzalver vond, die weliswaar klachten bestreed, maar geen ziekte.
Niet voor niets zei ik op het eind van mijn huisartsenloopbaan dat ik het meest waardevolle de stervensbegeleiding vond. Daar wist is wel dat mensen zouden doodgaan, maar ik deed iets nuttigs. Zo ervoer ik veel van het andere werk niet.
Misschien is Vernon Coleman erg uitgesproken – hij zegt ook dat huisartsen vooral nog voor het geld werken – maar hij raakt zeker een kern van waarheid.
Robots of computers zouden zonder al te grote risico’s grote delen van het werk van de huisarts kunnen overnemen. Zeker daar waar de huisarts toch al niet meer als echt mens functioneert en daar waar slechts symptomen worden bestreden in plaats van echt geheeld.
Is het niet zo dat menig huisarts je al naar internet verwijst om uit te zoeken wat je (misschien) mankeert en wat je er zelf aan zou kunnen doen?
Als je ziet wat je nu met AI en Chat GPT aan informatie kunt krijgen als je klachten intikt, dan is duidelijk dat de kennis van Chat GPT wellicht beter is dan die van de gemiddelde huisarts.
Maar dan wel vriendelijk, doch niet menselijk. En dat is een essentieel verschil. Zelfs een slechte huisarts (als arts) is soms beter dan een technisch goede huisarts als die meer aandacht aan de patiënt geeft, beter luistert! De mens achter de huisarts is misschien wel belangrijker dan de kennis van die huisarts.
Mijn probleem met Chat GPT is ook wel dat het een geprogrammeerd systeem is, waarbij ‘alternatief’ uitgegumd is en niet serieus wordt meegewogen. Zou dat wel gebeuren, dan zou het stukken waardevoller zijn voor ‘ons’ patiënten.
Anderzijds moet ik er niet aan denken dat de menselijke noot verdwijnt, dat de huisarts die met je meedenkt – als dat tenminste nog gebeurt – verdwijnt, dat de huisarts waar je tegen kunt klagen over je partner of baas vertrekt, dat je kunt meepraten en denken met wat de huisarts voorstelt.
Hoe gelijk Coleman ook heeft, ik hoop dat ie het heel erg mis heeft……
In licht, liefde en dankbaarheid,
Ed

Geef een reactie